12
6. Financiën & planning
Er zal een goed business model moeten
zijnmet een realistisch tijdspad. In de
tweede fase zal dit moeten worden aan-
getoond door middel van een begroting.
Het is daarnaast aan initiatiefnemer
zelf omgebruik te maken van subsidies
en dit te organiseren. Het wordt echter
aangeraden omplannen hier niet van af
te laten hangen.
In fase 1 gaat het voornamelijk omhet
programma van het ingediende plan
(weging x3). Zoals gesteld scoort een
planmet betrekking tot het programma
op reuring, experiment, innovatie en
diversiteit. Ook aan de sociaal maat-
schappelijke waarde van het plan en de
ruimtelijke kwaliteit (weging x2) wordt
in deze fase meer waarde gehecht. In
fase 2 worden onder andere de financiën
en planning en duurzaamheid van een
grotere waarde geacht. Het is immers
lastig omhier in de conceptfase al scherp
op te beoordelen.
• Het maximaal aantal te behalen
punten in fase 2 is 100 (10 punten per
criterium x de weging). Om kwaliteit
te waarborgen wordt er enkel een
winnaar van de challenge uitgeroepen
bij een score vanminimaal 60 punten.
De winnaar heeft een realisatieplicht.
• Bij een gelijke score zal de jury d.m.v.
van een stemming een besluit nemen.
• De gemeente zal meewerken aan
de realisatie van het plan binnen de
publiekrechtelijke mogelijkheden die
de gemeente heeft. De winnaar van
de challenge is zelf verantwoordelijk
voor de aanvraag van de benodigde
vergunningen.
Tabel 1. Weging beoordelingscriteria
Beoordelingscriterium
Weging fase 1
(o/v/g)
Weging fase 2
(0-10 pnt)
1. Ruimtelijke kwaliteit
2x
2x
2. Programma
3x
2x
3. Verbinding omgeving
1x
1x
4. Duurzaamheid
1x
2x
5. Sociaal maatschappelijke waarde
2x
1x
6. Financiën en planning
1x
2x
Totaal
10x
10x
Tabel 2. Toelichting puntentelling beoordelingscriteria
Beoordelings-
criterium
0 punten
10 punten
1. Ruimtelijke
kwaliteit
Het plan draagt niet of
nauwelijks bij aan de
gewenste ruimtelijke
kwaliteit rond de
Binckhorsthaven.
Het plan is van een
hoogwaardige kwaliteit
en past bij het karakter
van de Binckhorsthaven.
2. Programma
Het plan is niet
vernieuwend en leidt
niet/nauwelijks tot
reuring in het gebied.
Het plan is innovatief, een
experiment, zorgt voor
reuring in het gebied en
bestaat uit de diverse
functies.
3. Verbinding
Omgeving
Het plan fungeert als
een entiteit in het
gebied en betrekt de
omgeving niet.
Het plan is naar buiten
gericht en betrekt partijen
uit de omgeving.
4. Duurzaamheid In het plan is niet tot
nauwelijks nagedacht
over duurzaamheid.
Het plan is energieneutraal,
zelfvoorzienend en er wor-
den duurzame materialen
(her)gebruikt.
5. Sociaal
maatschappelij-
ke waarde
Sociaal-maatschappelijke
vraagstukken worden
nauwelijks in het plan
betrokken.
Het plan draagt in grote
mate bij aan sociaal-maat-
schappelijke vraagstukken.
6. Financiën en
planning
Het plan lijkt in zowel
geld als tijd gezien
onhaalbaar.
Het plan is betaalbaar en
kan, onafhankelijk van sub-
sidies worden voorgezet, en
in 2017 worden uitgevoerd.